Zinkende lijnen, een vergroting van je mogelijkheden

De verschillende soorten zinklijnen en ook het begrip zinksnelheid wat wordt uitgedrukt in IPS (inch pro second) heeft Martien al uitgelegd in zijn aandeel in bovenstaand artikel, daar zal ik verder niet op terugkomen, lees dat deel wel vooraf aan dit stuk nog even door. In het artikel over de snoekbaarschallenge was echter ook aangekondigd dat op sommige onderwerpen uitgebreider terug zal worden gekomen, dit artikel over zinkende lijnen is daar een eerste voorbeeld van.

Voor en nadelen van zinkende lijnen

Een zinkende lijn is natuurlijk niet alleen van toepassing bij het vissen op snoekbaars op groot water. Echter, ik heb zelf het idee dat door veel leden van de club nog maar weinig met slow (ca 3 IPS) en fast sinking lijnen (vanaf 3 IPS tot al makkelijk 6 IPS) wordt gevist. En dat is jammer want het vissen met dat type zinkende lijnen van 3 tot 6 IPS kan je opties behoorlijk vergroten, zeker op roofvis. Niet zozeer wat betreft de roofvissoorten die je kan vangen, dat blijft afgezien van snoekbaars gelijk, wel wat betreft de technische mogelijkheden en indirect dus ook de types water die bereikbaar worden. En als je alleen al in Noord Holland kijkt krijg je er met het Noord Hollands kanaal, het Noordzeekanaal, het Geestmerambacht om maar wat plekken te noemen heel veel viswater bij. Met een drijvende lijn of een zinkende lijn minder dan 3 IPS (ook wel intermediate genoemd) is het water daar vaak moeilijk te bevissen op de diepte waar de vis zich ophoudt en bovendien kan je de vlieg lastiger een goede voorwaartse “fishy” beweging geven. Bijkomend voordeel is ook nog dat de baars maar ook de snoek groter zijn dan op het kleinere water.

In dit artikel wil ik proberen wat meer informatie te geven over zinkende lijnen voornamelijk in relatie tot het diepere water. En ook bij zinkende lijnen is het zo, elk voordeel heeft een nadeel. Dus, naast de voordelen ook de problemen die je kan tegenkomen, waar mogelijk oplossingen en tot slot nog wat tips als je zou overwegen een of meerdere zinkende lijnen aan te schaffen

Zoals gezegd, met zinkende lijnen komen andere technieken en zeker ander water binnen bereik maar ze hebben ook hun eigenaardigheden. Als je alleen gewend bent met drijvende lijnen te vissen dan voelt het bij het werpen met een zinkende lijn vaak of de lijn al te zwaar wordt terwijl het toch nog te vroeg is om de lijn te laten schieten. Dat schijnt te maken te hebben met de opbouw van een zinkende vliegenlijn qua gewichtsverdeling. Dat is een kwestie van wennen, de ene lijn heeft het ook meer dan de andere, al zal in de meeste gevallen het presenteren van een vlieg met een drijvende lijn voor het gevoel toch eleganter gaan.

Een ander probleem speelt vooral bij het vissen vanaf de kant. Als je een zinkende lijn, zeker een snel zinkende,  binnen vist nadat  je de streamer  op bijvoorbeeld 15 meter van de kant tot 3 meter hebt laten afzinken zal de lijn naarmate je dichter bij de kant komt steeds dieper gaan zinken. Je vist dus steeds dieper terwijl het in de meeste gevallen dan juist ondieper wordt waardoor uiteindelijk de lijn over de bodem gaat slepen. Als je in de zomer op baars of snoek zou vissen maakt het niet zoveel uit omdat je dan toch door het pittig en sneller binnen vissen de lijn wel hoog houdt maar snoekbaars vraagt vaak, ook in de zomer, om langzamer strippen. En in de winter geldt eigenlijk voor zowel snoek, baars en snoekbaars dat je langzaam de vlieg moet binnen strippen. Met een snel zinkende lijn lukt dat langzaam binnen vissen niet zonder al heel snel de vlieg over de bodem te slepen en dat is niet de bedoeling. Tenzij je gek bent op vliegenbinden want je zal zo ook heel wat vliegen verliezen.

Vervolgens, in het beste geval heb je wel een indicatie van de diepte en weet je de zinksnelheid van de lijn, maar meer dan een indicatie is het niet. Stroming, wat op de kanalen vaak voorkomt, maakt dat de lijn schuin afzinkt waardoor het langer duurt voor je op de gewenste diepte bent. Overigens, net als bij het nimfvissen op rivieren kan je dat effect enigszins tenietdoen door tegen de stroomrichting in te werpen en losse lijn mee te geven. In theorie zou je aan het slapvallen de volglijn moeten kunnen merken dat de lijn niet meer verder zinkt maar bij een volledige zinklijn zakt de volglijn ook door als de fronttaper de bodem heeft bereikt, alhoewel iets minder snel. En je zou het moeten kunnen voelen dat het voorste deel op de grond ligt als je voorzichtig begint met binnen vissen. Maar het is lastig om dat moment precies te bepalen. Beste uitgangspunt is dan toch om ruim de tijd te nemen om de lijn af te laten zinken tot de gewenste hoogte en desnoods drie of vier keer, na steeds minder afzinktijd, de gewenste strook af te vissen. Zo weet je zeker dat je een specifiek gebied op de verschillende dieptes hebt uitgekamd. En een langzaam zinkende lijn, zeg 3 IPS, maakt ook dat je wat minder snel over de bodem gaat slepen maar het kost dan wel meer tijd om op dieper water de lijn af te laten zinken tot de juiste diepte. Voor snoekbaars is namelijk normaal gesproken de laag tot een meter vanaf de bodem “the place to be” Alleen tijdens zomeravonden wil de snoekbaars zich nog wel eens op ondieper water wagen en ook hoger jagen. Maar voor baars en snoek, zeker in de zomer speelt dit minder, die zijn eerder bereid omhoog te komen. En voor baars geldt ook dat je snel genoeg doorhebt op welke diepte (het aantal seconden afzinken) een school zich bevindt en dan kan je daarop verder gaan.

En om een laatste zekerheid ook maar weg te nemen, de opgave van de zinksnelheid door de fabrikant, zeker bij onbekende merken, klopt ook niet altijd. Soms is het alleen een kwestie van de lijn goed vetvrij en zonder kinken te houden, andere moeten altijd een paar worpen even “in vorm” komen maar zeker de goedkopere lijnen wijken af en meestal in de zin dat ze langzamer zinken dan is opgegeven. De zinksnelheid is eigenlijk niet goed te controleren al geef ik onderaan deze tekst nog wel een tip om dat enigszins te checken.

De boobie, een oplossing?

Maar natuurlijk is er ook wel iets van een oplossing voor enkele van bovengenoemde nadelen al zijn daar, het zal niet zo zijn, natuurlijk ook weer nadelen aan verbonden. Het probleem van steeds dieper gaan vissen naarmate je bij de kant komt en indirect ook wel het vissen op de juiste diepte is op te lossen met een drijvende vlieg, ook wel de boobie. Het is dan de lengte van de leader die bepaalt hoever de vlieg zich van de bodem bevindt, mits de lijn maar net over de bodem gaat. Maar dat was toch moeilijk te bepalen?. Klopt maar in dit geval kan een snel zinkende lijn juist voordeel geven al moet je wel de lijn ruimschoots de tijd geven om af te zinken, immers ook de boobie moet meekomen naar beneden en die vertraagt sowieso de afzinksnelheid van de lijn. Geef dus desnoods de lijn tweemaal zoveel tijd om af te zinken. Voordeel is vervolgens wel dat je optimaal kan profiteren van je worp door tergend langzaam en met minuscule rukjes de boobie binnen te strippen waardoor deze langzaam voorwaarts naar beneden getrokken wordt. Even een paar seconden laten liggen werkt ook, de boobie zal dan langzaam weer naar boven komen( is dus evengoed in beweging) en vooral met een beetje stroming zal het ingebonden materiaal ook de nodige bewegingen maken. Zeker als het kouder wordt een heel goede vliegaanbieding.

Nadelen zijn er ook en dat betreft vooral het vissen over een bodem met losse bladeren of takjes. Een boobie heeft door de over de bodem slepende lijn erg de neiging dat vuil op te pikken en dan is je worp voor niets geweest. In dat geval verkassen. Een zanderige bodem, kiezel maar ook mosselbankjes zijn geen probleem. Vaak mosselbanken kort aantikken is zelfs een goed teken, dat zijn vaak prima stekken. Voor een deel heeft het oppikken van vuil ook wel te maken met de klassieke vormgeving van de boobie, namelijk met twee bolletjes van piepschuim in een stukje nylonkous op de haak gezet.

Ik ben daar niet zo enthousiast over, zeker bij een streamer van 8 tot 10 cm heb je flinke bolletjes nodig om de vlieg te laten drijven en die pakken vanzelf al veel vuil. Bovendien vind ik het piepschuim erg kwetsbaar materiaal, je zal merken dat de vlieg na een paar keer gebruik toch gaat zinken. Voor dat laatste is wel een oplossing door de zogenaamde boobiefoamslangen te gaan gebruiken, maar dan blijft nog het eerste probleem, het oppakken van vuil. In een volgend artikel zal ik laten zien welke patronen ik gebruik om drijvende vliegen te maken zonder boobies. Het feit dat die bolletjes als een soort ogen ook wel aantrekkingskracht hebben probeer ik dan op te vangen met plakogen. Daarbij is voldoende drijfvermogen (inclusief staaldraadje) van belang maar wel net voldoende dus niet teveel. De zinkende lijn moet wel ruimschoots in staat zijn de boobie redelijk vlot naar beneden te krijgen.

Frits13

Overigens is deze techniek ook goed te gebruiken in polderwater bij het vissen op snoek. Afhankelijk van de diepte kan daar een intermediate lijn maar ook een langzaam zinkende lijn worden ingezet om een drijvende vlieg als een soort plug te vissen. Met kleine stripje de drijvende vlieg naar beneden laten gaan en binnen te vissen, even laten stijgen en desnoods even in de oppervlakte laten stilliggen en dan weer verder binnen vissen. Kan heel spectaculair zijn. Dat zou met een boobie achtige vlieg kunnen maar meer nog wordt gebruik gemaakt van een drijvende vlieg type Dahlbergdiver. Op internet zijn voorbeelden te vinden hoe je deze bindt. Dat kan met hertenhaar, stukjes van een foamsheet en er zijn ook volledige foamkoppen bij Bert Schouten te koop. Een eenvoudige bindwijze voor een kleine Dahberg divers, haakmaat F 314  8 t/m 4 vind je op de site van de Poldervlieg.

http://www.depoldervlieg.nl/Content/ideetjes/template%20knutselen%20met%20Fritz.htm

 Andere vissoorten dan roofvis

Overigens zijn de zinkende lijnen niet alleen toe te passen bij het vissen op roofvis, ook bij het vissen met de nimf op dieper water, zeg vanaf twee meter, wordt met name de slow sinking lijn, naast drijvend en intermediate, steeds meer toegepast. En vismaat Hans Kluken zie ik vaak op wat dieper water vissen met nimfen en een drijvende lijn waarbij de eerste meter ontvet is waardoor je een heel korte super slowsinking/intermediate tip krijgt. Vist volgens hem veel scherper. Nu vind ik vissen met nimfen c.q. op witvis niet echt de leukste manier van vliegvissen, bij mij beperkt zich dat tot april en mei als je niet met de streamer mag vissen. En in het type water waar de vis zich dan ophoudt is een drijvende lijn meestal de beste optie. Maar wil je toch wat meer lezen over het vissen met een zinkende lijn op voorn zoek dan even de volgende oudere exemplaren van de Nederlandse Vliegvisser op.

123  Winters voornvissen  van Ruard  Janssen  

127 Urban Special hoofdstuk over Alkmaar/tekstdeel  Ruard Janssen over voornvissen

127 Urban Special hoofdstuk over Edam van Marc Kropman (met alweer … Ruard Janssen op de foto)

Aanvullende informatie over zinkende lijnen

Met de voorkeur van Martien voor volledige zinklijnen ben ik het eens, de zogenaamde zinktiplijnen vind ik vaak vervelend werpen maar belangrijker nog, niet scherp vissen door de extreme knik in de lijn. Voor de duidelijkheid, bij een zinktiplijn is meestal de eerste 4 meter van de fronttaper zinkend, de andere 5,5 meter drijvend. Voor het vissen op de beken en kleinere rivieren tot een meter of 2 in het buitenland hebben ze wel een functie maar in dit artikel wou ik mij beperken tot het Nederlandse water. Wat nog een variant is op de volledige zinkende vliegenlijn is de vliegen lijn met na de normale fronttaper van 9,5 meter een drijvende of intermediate volglijn. Het voordeel is wel dat je, in verhouding tot een shootinghead, voor je gevoel de lijn werpt als een “normale” lijn door de lange fronttaper. Daarnaast dat je wat beter contact houdt met de vlieg omdat de lijn rechter in het water ligt dan bij een volledig zinkende lijn. Ik heb zelf ook enige lijnen op die manier bewerkt, en dat laatste klopt wel maar zelf vond ik het verschil te gering (of ik was te lui) om al mijn lijnen op die manier te bewerken. Als je zo`n lijn wilt moet je ze bijna altijd zelf maken, voordeel is wel dat je op die manier een extra dunne volglijn achter de fronttaper kan zetten. Je kan daarvoor de volglijn van een oude vliegenlijn of een shootingline gebruiken. Eerst de fronttaper van de lijn afhalen. Vervolgens door of een lus in lus verbinding of door fronttaper en volglijn vast met elkaar te verbinden de twee delen aan elkaar zetten. Wil je hiermee aan de gang, kijk dan even op de site van de Poldervlieg.

http://www.depoldervlieg.nl/Content/ideetjes/template%20lijnen%20prepareren.htm

Om een ander misverstand weg te nemen, een sinktiplijn is echt wat anders dan een sinkleader, die kan zijn nut hebben als je een sinking lijn wat dieper wilt vissen zonder meteen naar een sneller zinkende lijn over te moeten stappen. Tenslotte nog een opmerking van belang bij het tellen, secondes zijn niet heel gruizig 1.2.3 maar rustig 21….22….23 etc.

Zinkende vliegenlijnen aanschaffen

Goede zinkende vliegenlijnen waren voorheen prijzig en eigenlijk alleen verkrijgbaar in de lijnklassen vanaf # 5. Inmiddels zijn er voor redelijke prijzen goed zinkende vliegenlijnen te koop maar het aanbod in Aftma 4 of zelfs lager is nog steeds uiterst beperkt. Maar als je alleen een of meer zinkende lijnen wilt aanschaffen voor een van je hengels Aftma 6 of hoger dan is er keuze genoeg aan kwaliteitslijnen voor een redelijke prijs. En je hebt ook niet een grote variëteit aan zinkende vliegenlijnen nodig, aan een 3 IPS en een 5IPS heb je in principe voldoende.

Waar je wel rekening mee moet houden is dat een zinkende lijn niet per se in dezelfde lijnklasse moet vallen als je hengel. Mijn ervaring is dat op een zachte hengel (parabolische actie) je voor een slow en fast sinking lijn beter een aftmaklasse lager kan gaan voor een optimale werpafstand. Voor een strakke hengel (progressieve actie) kan je wel dezelfde aftmaklasse voor je lijn aanhouden. Het mooiste is als je bij de keuze van een lijn die je in gedachten hebt even kan proefwerpen met dezelfde lijn van een mede clublid. In lijnen van verschillende merken kan onderling net dat verschil zitten waardoor die op de ene hengel beter werpt dan op een andere hengel in dezelfde aftmaklasse.

De volgende merken zijn niet de enige zinkende lijnen op de markt maar wel degene (op een na) waar ervaring mee is.

  • Airflo Sixth Sense Delta , 3 IPS  diverse opties vanaf aftma 5/6  € 65,-. Martien heeft hier goede ervaring mee.
  • Rio Outbound Short (vanaf aftma 7) in drijvend, 3 IPS, 6 IPS € 55,-. Martien heeft hier goede ervaring mee.
  • Guideline ULS 3D+ vier opties vanaf # 4/5 tot # 7/8  drie shootingheads per pakket, ook hier verschillende opties qua zinksnelheid  ca € 50,-  Een shootingline moet je apart aanschaffen, bij Guideline  verkrijgbaar voor €32,50. Martien heeft hier goede ervaring mee en mij lijkt het ook een prima en voordelige set om mee te beginnen. En je kan altijd overwegen om naast het pakket shootingheads de shootingline van A & M in plaats van die van Guideline aan te schaffen, ik vind die ook prima en een stuk goedkoper. Voordeel van dit pakket shootingheads is ook dat je maar een spoel hoeft te gebruiken voor drie verschillende zinkende lijnen.
  • Airflo Velocity IPS 3 vanaf # 5 € 27,50. Bevalt mij goed. Heeft een nylon kern maar gedraagt zich desondanks goed in de winter. Als je de lijn lang niet gebruikt hebt wel even goed strekken voor gebruik alhoewel de lijn zonder strekken na een paar keer werpen ook weer recht is.
  • Rio Mainstream Sinking line 3 IPS en 6 IPS vanaf # 4 € 50,-. Geen ervaring mee, maar Rio is wel een goed merk en deze lijnen zijn er al vanaf # 4.
  • Cortland. Geen recente ervaring wat betreft de nieuwere versies zinkende lijnen, maar wel een goed merk. Ik heb enkele oudere (minstens 10 jaar) zinkende lijnen in # 6 en # 7 en die zijn nog steeds in prima conditie. Ik weet alleen niet meer welk type  en wat de IPS  is. En zij hebben op dit moment wel zinkende lijnen met een veel langzamer zinkende volglijn in hun assortiment.
  • Wildwater 4,5 IPS vanaf # 4 tot/met # 7 ca € 25,-. Dit zijn in alle opzichten toplijnen van een kleinere firma uit Amerika, alleen worden ze slechts mondjesmaat via Amazone.uk aangeboden. Ik heb via die weg 4 en 5 lijnen aangeschaft maar ik heb ook 6 en 7 lijnen gezien. Ik heb zelfs lang geleden eens een 3 lijn van 4.5 IPS bij ze aangeschaft. Opvallend is de korte fronttaper (7,5 meter) en de dunne volglijn, een kruising tussen een shootinghead en een klassieke vliegenlijn. Jammer dat geen enkele winkel in Nederland ze voert.
  • A & M 6 IPS vanaf # 4 ca € 15,-. Tsja, erg goedkoop en niet eens zo slecht maar ik betwijfel nog wel eens of al deze snel zinkende lijnen van A & M de 6 IPS halen. De geteste lijn , een WF 4, kwam in ieder geval niet verder dan 3 IPS. Daarnaast, juist bij deze lijnen tref je nog wel eens (1 op de 3) een maandagproduct en dat betekent dan kinken in de lijn die je er niet uitkrijgt, ook niet na veelvuldig strekken. Wel is het dan wel weer zo dat je na melding zonder problemen een nieuwe lijn opgestuurd krijgt. Het zou ook kunnen zijn dat de zinksnelheid van de lijnen daardoor ook incidenteel afwijkt van de opgegeven zinksnelheid. Om A & M ook recht te doen, het is eigenlijk alleen bij dit type lijnen van A & M dat ik dit probleem tegen kom. En een tweede kritische noot, zou je er mee gaan vissen op het moment dat het water erg koud is, hartje winter, dan zal je merken dat de lijn wat stugger aanvoelt. En met deze nadelen en de prijzen van de andere opties is het maar de vraag of je voor goedkoop moet gaan.
  • A & M shootingline € 11,-. Dit is wel een prima product, ik heb van de 0,8 mm versie diverse shootinglines in gebruik, geen probleem. De lus in de lijn lijkt grof maar schiet makkelijk door de ogen. En anders voor een nog kleiner lusje weer naar de volgende link

http://www.depoldervlieg.nl/Content/ideetjes/template%20lijnen%20prepareren.htm

Sinkleaders

Ik heb er altijd wel wat bij mij en al is het aantal beschikbare sinkleaders erg groot, ik gebruik hoofdzakelijk de sinkleaders van Airflo. Veel verschillende zinksnelheden, verkrijgbaar in Light Trout en Trout. Light Trout gebruik ik tot en et # 4, Trout voor #5 en 6. Prijzen zijn erg wisselend en je kan ook in een keer voor beduidend minder geld een heel assortiment kopen. Gemiddelde prijs per leader € 5,-

Ik had al aangegeven dat zinkende lijnen, lichter dan # 5 moeilijk verkrijgbaar waren en eigenlijk nog steeds zijn. Nu ben ik al langer liefhebber van het ultra lichte streamervissen op baars en snoek, dus had ik ook behoefte aan zinkende lijnen # 4 en zelfs # 3. Ik heb dat opgelost door van # 5 zinkende lijnen die wel beschikbaar waren net zoveel van de fronttaper af te knippen tot het gewicht van de overblijvende fronttaper gelijk was met het gewicht van een #4 of #3. In de praktijk hield ik dan respectievelijk een fronttaper van ca 8 en 6,5 meter over, bijna een shootinghead dus. Werpt niet onplezierig, hooguit is de presentatie van de streamer iets minder subtiel dan met een fronttaper van 9,5 meter maar storend is dat niet. In het begin durfde ik dit alleen bij de goedkopere vliegenlijnen, nu zet ik, indien nodig, ook in de duurste vliegenlijnen rustig de schaar. Wil je hiermee zelf aan de slag dan verwijs ik je opnieuw naar de eerdergenoemde link. Dat ging wel om het maken van een Bass Bug taper maar het principe is hetzelfde.

http://www.depoldervlieg.nl/Content/ideetjes/template%20lijnen%20prepareren.htm

De tip om zinksnelheid te testen

De test is toegepast op drie lijnen. Ik heb een beetverklikkertje van een ingevet wollen draadje vastgeknoopt aan de leader, aantal seconden geteld tot de beetverklikker ondergaat en vervolgens de lengte van de leader gedeeld door het aantal seconden. Wel naar boven afgerond, er zijn veel factoren die maken dat de berekening van de zinksnelheid lager uitkomt dan feitelijk het geval is, bv stroming, lijn niet goed ontvet en onderschat de weerstand van de beetverklikker niet zeker omdat ik met lichte vliegenlijnen (laag gewicht) getest heb. Bij een #6 of 7 lijn die meer gewicht heeft, zou het drijfvermogen van de beetverklikker minder een rol hebben gespeeld. Maar als grove indicatie werkt het wel, zeker als je twijfelt bij een nieuwe lijn van een onbekend merk of een oude lijn hebt waarvan je de IPS gegevens niet meer bezit. In de praktijk zal blijken dat bij de bekendere merken de aangegeven zinksnelheid klopt, die hoef je tegenwoordig ook eigenlijk niet meer te testen.

  • A & M fast sinking WF # 4  gemeten 3 IPS (was aangegeven 6 IPS)
  • Airflo slow sinking WF # 3 gemeten 3+ IPS (was aangegeven 3 IPS)
  • Wildwater WF #3  gemeten 4.25 IPS (was aangegeven 4,5-5 IPS)

Tenslotte

Ongetwijfeld is er veel meer te vertellen over zinkende lijnen. Bovenstaande is grotendeels gebaseerd op mijn ervaringen met zinkende lijnen al heb ik ook dankbaar gebruik gemaakt van de ervaring en kennis op dit onderdeel van Martien Boersen. Mochten er nog vragen zijn over de inhoud van dit artikel, neem dan gerust met mij of Martien Boersen contact op

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Lid worden?

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.