Wat gedachten over hengels, lijnen en doe het zelven: deel 1

Alhoewel ik al langere tijd met de vliegenhengel vis is het niet de bedoeling mijn uitspraken in dit stuk als waarheden te presenteren, het zijn mijn bevindingen maar die kunnen net zo goed met bijvoorbeeld mijn (gebrek aan) werpvaardigheden te maken hebben. Ook zijn er oplossingen en constructies waar ik op uitgekomen ben waarvan ik niet goed weet wat de onderbouwing is, maar voor mij werken ze. Ik besef ook dat er in dit artikel informatie staat die voor veel leden van de Poldervlieg bekend is, maar voor de aspirant vliegvissers kan de uitleg nog wel zin hebben. Er staan ook hier en daar zaken in die ik ook al zijdelings benoemd heb in het artikel over zinkende lijnen. Belangrijkste is toch ten eerste de boodschap dat je bij de aanschaf van hengels kritisch moet blijven en niet meteen moet afgaan op de kwalificaties van de fabrikant. Vervolgens dat het ook wel zinvol kan zijn om de lijnklassering, gewicht, DT of WF, los te laten als een specifieke situatie daarom vraagt. Blijf niet vasthouden aan de klassering door de fabrikant, ook niet als deze wel klopt, die klassering is in principe voor standaardsituaties. Vervolgens dat je niet hoeft te berusten als lijnen die jij zou willen gebruiken niet leverbaar zijn. Met een schaar, bindgaren en secondelijm kan je ver komen. En als er een groep is die van zelf doen zou moeten houden zijn het toch wel vliegvissers als ik denk aan de uren die besteed worden aan de ideale vlieg, leader etcetc

Het lijkt allemaal zo duidelijk, op de vliegenhengel staat voor welke aftmaklasse of klassen je hengel geschikt is en op het doosje van de bij de hengel aan te schaffen lijn staat wat voor type het is: weight rorward (WF), dubbeltaps ( DT), drijvend (F) of zinkend (S). Zinksnelheid wordt uitgedrukt in IPS =inch pro second en welke lijnklasse in Aftma ook wel # . Vaak staan er twee lijn klassen vermeld op de hengel, dan wordt van oudsher met de laagste aanduiding een DT lijn bedoeld, met de hogere een WF lijn. Mocht er maar een aanduiding op de hengel staan dan wordt algemeen aangehouden dat het dan om een WF lijn gaat.

Voor degene die nog niet zo ingevoerd zijn wat betreft lijntypes, in grote lijnen hierbij een toelichting. De diverse lijnklasses hebben verschillende gewichten, bepalend voor het gewicht en de lijnklasse is ongeveer de eerste 9,5 meter van de vliegenlijn (exclusief de punt). Dat wordt uitgedrukt in AFTMA. Bij een WF (overigens ook wel torpedo) lijn is de eerste 9,5 meter meteen ook het werkend deel (ook wel fronttaper of belly genoemd), daarna komt een dunnere volglijn. Bij een DT lijn blijft de vliegenlijn ook na 9,5 meter gelijk in dikte waarna aan het eind van de vliegenlijn pas weer de lijn verloopt naar de dunne punt. Overigens schijnen vroeger de DT lijnen veel meer vanaf de punt tot wel 10 meter of meer oplopend in dikte geweest te zijn, nu zijn ze wat de eerste 9,5 meter betreft identiek aan de WF lijnen. Voor DT en WF lijnen bepaalt dus het gewicht van de eerste 9,5 meter de lijnklasse/Aftma. Overigens is het ook een beetje merkwaardig de klassering op de hengel hieraan op te hangen. Met een WF lijn laat je op het moment dat er 9,5 meter buiten het topoog is de lijn schieten, met een DT lijn verleng je meestal eerst nog de lijn, ook als er al 9,5 meter buiten het topoog is, een behoorlijk aantal meters voordat je de worp voltooit. Echt schieten kan niet, je hebt immers geen dunne volglijn. De eerste 9,5 meter van bijvoorbeeld een DT 4 is inderdaad lichter (8 gram) dan de eerste 9,5 meter van een WF 5 (9,5 gram). Maar als je bv op een 4/5 hengel van een DT 4 lijn 11 meter in de lucht hebt (en dat heb je al gauw), is er al meer gewicht buiten het topoog dan bij een WF5 waarvoor de hengel bedoeld is. En daar moest je de lijn op 9,5 meter al laten schieten. Apart!!

In de loop der jaren is aan het profiel van de DT lijn niet veel veranderd, wel aan het profiel van de WF lijn, daardoor zijn er verschillende types ontstaan waardoor bij gelijkblijvend gewicht dit gewicht meer verdeeld is over het werkend deel, het kan variëren van 6 tot 12 meter. Uiteindelijk blijft het een WF lijn omdat het werkend deel gevolgd wordt door een langere en dunnere volglijn. Echter, niet voor niets wordt geadviseerd geen hengel te kopen zonder er eerst mee te werpen en dan ook nog de hengel met diverse lijnen in een lijnklasse hoger en lager en liefst nog ook in DT en WF te testen. Want het klopt het niet altijd wat op de hengel staat, zeker bij fabriekshengels. Dat kan te maken hebben met de werper die in het begin van het productieproces de blank geclassificeerd heeft wat betreft de zwaarte van de lijn. Dat zal heus geen slechte werper zijn geweest maar iedereen heeft wel een eigen werpstijl. Wim Alphenaar gaf ooit aan dat vaak juist de dure hengels met langdurige garantie te laag geklasseerd worden om het risico van hengelbreuk (en dus garantieaanspraak) te voorkomen. Dat zou met name met Amerikaanse hengels het geval zijn. Dat is dan wel verkeerd ingeschat door de fabrikanten, met een te lichte lijn kan de hengel ook geforceerd worden, maar toch. Aan de andere kant heeft een zwaardere klassering op de hengel dan waarvoor de hengel feitelijk geschikt is het gevolg dat de lijn al snel makkelijk op lengte kan worden gebracht. Zeker een beginnend werper zal dat waarderen en de lijn als passend beschouwen. Maar als het dan om afstand gaat zou soms een lichtere lijn beter zijn. Toen ik eens over lijnklassering van hengels bij Handy in gesprek raakte met Ar Ritmeester (toch een gecertificeerd werpinstructeur) gaf hij aan dat het meestal de betere werpers waren die een lichtere lijn gebruikte dan de lijnklasse die op de hengel stond. Of dat alleen een kwestie was van echt beter werpen of gewoon de juiste lijnklasse gebruiken bleef in het midden.

Het gaat overigens zelden om grote verschillen, meestal maar een lijnklasse als het een lichtere lijn moet zijn en vice versa. En bovendien uit het verschil zich voornamelijk in de maximale afstand die je werpend kan halen. Verder, het is geen wet van Meden en Perzen maar mijn ervaring is wel dat juist de wat zachtere (en vaak ook langere, 8 voet of meer) hengels meestal wat te hoog geklasseerd zijn. Omgekeerd gaat dat niet automatisch op voor de strakkere hengels, al is het wel opvallend dat die vaak een lijnklasse hoger dan op de hengel aangegeven staat ook met gemak wegzetten.

Met zinkende lijnen vanaf 3 IPS bevalt het mij beter bij een zachtere hengel een lijnklasse lager te nemen dan de lijnklasse van de drijvende lijn die past bij de hengel, dus niet per se wat er op de hengel staat. Zelf heb ik bv een behoorlijke zachte hengel met als klassering door de fabrikant Aftma 6/7 waarop ik een drijvende en intermediate lijn WF 6 het prettigst werp, maar waar ik voor sneller zinkende lijnen naar de lijnklasse WF 5 overstap. Ook hier geldt dat dit, lagere lijnklasse voor een zinkende lijn, voor mijn gevoel minder opgaat voor een strakkere hengel.

En natuurlijk zal de eigen werpstijl van clubleden (zonder dat verder te kwalificeren als goed of slecht) ook een rol spelen. En om het lastig te maken, ook je eigen werpstijl is geen constante, die ontwikkelt zich ook met de jaren. Zelf heb ik ook enige jaren geleden mijn hengels weer eens opnieuw getest en toen kwam ik er ook op uit dat met name op de zachtere en langere hengels in mijn hengelarsenaal een lagere lijnklasse plezieriger werkte. Overigens was dat ook de periode waarin ik afstapte van de strakkere hengels en meer met zachte en vaak ook wat langere hengels ging vissen. Ik zou het iedereen ook willen aanraden om, nadat ervaring met het werpen is opgedaan, zo af en toe eens kritisch te kijken of de door hem gebruikte hengel – lijn combinatie nog wel de beste is.

In ieder geval, koop nooit een hengel als je er van te voren niet mee kan werpen en ga niet af op de opgave van de fabrikant. Even de hengel heen en weer zwiepen zegt echt niet veel. Kijk anders of een clublid zo`n hengel heeft. Mocht je een hengel hebben uit precies dezelfde serie maar in een hogere of lagere lijnklasse of een andere lengte dan heb je ook wel een referentiekader maar echt zeker is het nooit. Mocht ik zelf echt geen mogelijkheid hebben om een hengel te testen, maar het lijkt een heel erg aantrekkelijk aanbod, bv op een beurs, dan is er nog wel een optie. Ik kijk naar de actie van de hengel (zacht of strak), de dikte van de blank meteen boven het handvat en of de blank gelijkmatig van dik naar dun verloopt. Omdat ik inmiddels in 30 jaar al aardig wat vliegenhengels in mijn handen heb gehad kan ik dan wel enigszins een inschatting maken of het een hengel is die ik kan gebruiken in combinatie met de lijn die ik wil gebruiken maar zonder risico is het zeker niet. Nu koop ik ook eigenlijk geen hengels meer, zeker niet zonder te testen. Hooguit een tweede identiek exemplaar als reserve van hengels waar ik graag en dus veel mee vis en die voor een aantrekkelijke prijs aangeboden wordt.

Ook als we weten wat de ideale lijn is voor een hengel, dan gaat het zoals gezegd alleen over de werpafstand. Een lichtere lijn zal ik nooit gebruiken maar soms wel een lijn een of twee klassen hoger. Vooral in het buitenland heb je situaties, denk aan smalle overgroeide beekjes waarin je maar weinig ruimte voor en achter je hebt en meestal is dan ver werpen ook niet van belang. In zo`n situatie is een zwaardere lijn wel handig, je hebt maar weinig ruimte voor een normale worp maar omdat de lijn die je gebruikt zwaarder is dan gevraagd heb je ook geen 9,5 meter van die lijn buiten het topoog nodig om toch de lijn een stuk te laten schieten. Zou je overigens in een situatie met zelfs totaal geen ruimte naast of achter een rolworp willen inzetten, ook daarvoor werkt dan een zwaardere lijn plezieriger. De dynamiek van een rolworp is overigens lastig te omschrijven en is ook niet goed vergelijkbaar met de overheadcast, de “basis” worp. Hier kom ik nog op terug. Wat kan helpen is op internet een demonstratie te zien hoe een rolworp uitgevoerd wordt, dat maakt het misschien duidelijker:

http://www.vliegvissers.com/SMForum/index.php?topic=6485.0

Zelf heb ik op zo`n klein overgroeid Duits beekjes wel eens 3 hengel van een WF 5 lijn voorzien en dat ging echt heel goed. Op de smalle en overgroeide stukken kon ik heel makkelijk de vliegen plaatsen en als er dan eens een stuk kwam waar verder werpen mogelijk en noodzakelijk was ging dat ook prima. Je kan dan wel niet zo ver werpen als dat je met die lijn een 5 hengel gebruikt zou hebben maar echt ver werpen was op dat soort water ook weer niet nodig. En natuurlijk met beleid, maar een vliegenhengel kan er heus wel tegen als je er met een zwaardere lijn mee vist. Mocht je overigens in die situatie een streamer of zware en /of grote nimf willen inzetten, ook dan is de zwaardere lijn goed op zijn plaats. Dat heeft dan te maken met de massa van het werkend deel van de lijn waardoor het eenvoudiger wordt grotere of zware vliegen goed weg te zetten. Met een 3 lijn, zeker als die in de bovengenoemde situatie niet op volle lengte ingezet kan worden gaat dat nu eenmaal moeizamer met grote vliegen, zeker met een rolworp.

En daarmee kom je ook op het onderdeel lijntypes, Ik gaf eerder al aan dat er in het profiel van de WF lijnen veel was veranderd, en in die ontwikkeling was Amerika erg bepalend. Daar is het vissen op blackbass met grote poppers(en dan echt grote) erg populair. Die poppers hebben gewicht maar vooral veel luchtweerstand bij het werpen. Proefondervindelijk kwam men erachter dat door het gewicht van een WF lijn meer naar voren te plaatsen en dus te concentreren de poppers makkelijker te werpen waren. Dus, in plaats van het bij de hengel behorende gewicht van de lijnklasse over 9,5 meter (fronttaper = werkend gedeelte) meter te verdelen werd hetzelfde gewicht verdeeld over een kortere afstand waarbij uiteindelijk 6 meter de standaard werd. Na 6 meter had je dan weer een dunnere volglijn. Dit werd de Bass Bug Taper (BBT) genoemd. Gelijktijdig of in het kielzog maar om dezelfde reden, namelijk de luchtweerstand van grote streamers ontwikkelde zich de Pike Taper (PT). Deze is vergelijkbaar qua opbouw, hooguit met soms een verdeling van het gewicht over wat meer dan 6 meter. Hoe dat aerodynamisch te verklaren is, het makkelijker werpen, weet ik ook niet, maar het werkt wel.

Tegelijkertijd ontstond ook een tegengestelde beweging namelijk de long belly. Nog steeds een WF lijn maar daarbij was het gewicht van de lijn verdeeld over een grotere lengte dan 9,5 meters soms wel tot 14 meter waarna weer een dunnere volglijn. Overigens waren die lijnen vaak toch wel een fractie zwaarder dan hoorde bij die lijnklasse. Eigenlijk ontstond hiermee een soort kruising tussen WF en DT. Met de lijn kon je nog steeds de klassieke overheadcast maken maar door de langere fronttaper was het ook mogelijk om langere rolworpen te maken. Een rolworp kan namelijk alleen gemaakt worden als het dikkere deel nog op de hengel zit. Zodra de volglijn buiten het topoog komt kan er geen rolworp meer gemaakt worden. De lengte van de fronttaper bepaalt dus in principe de lengte van de rolworp en bij een klassieke WF lijn is dat 9,5 meter. Al zijn er betere werpers dan ondergetekende die er in slagen bij de afronding van de rolworp met een WF lijn evengoed nog een flink stuk volglijn mee te laten schieten en daarmee de afstand behoorlijk te vergroten. Mij lukt dat tot nu toe maar moeizaam. Daarom is een DT lijn bij een rolworp in het voordeel, daar loopt het dikkere, werkende deel namelijk door tot bijna het eind van de lijn d.w.z. ca 24 meter. Zelf vind Ik het overigens bij een rolworp, als je een DT lijn gebruikt, minder belangrijk om een lijnklasse lager te gaan dan bij de hengel passende WF lijn. Eerder plezierig om dezelfde lijnklasse als voor WF aan te houden. Het zal te maken hebben met het gegeven dat je de lijn niet in de lucht houdt maar van het water opneemt.

Waarom nu deze uitleg over de verschillende types lijnen? Dat heeft er mee te maken dat ik altijd op zoek ben naar de ideale lijn voor specifieke omstandigheden of vistechnieken die ook nog passend moeten zijn bij de hengels die ik graag gebruik. En dat laatste maakt het soms wel lastig. Zo ongeveer een jaar of 20 geleden ben ik begonnen met het ultralicht vliegvissen op roofvis. Enerzijds geïnspireerd door een artikel van Paul Blokdijk in de Nederlandse Vliegvisser, maar dat ik in die tijd ook nog veel met ultralichte spinhengels viste, 3 – 5 gram, zal ook wel invloed hebben gehad. Uitzonderingen daargelaten vis ik tegenwoordig het meest met een 4 hengel, soms een 3 voor de baars, met kleine streamers van 6 tot 9 cm op roofvis en dan vaak met zinkende lijnen; intermediate, langzaam zinkend 3 IPS en soms snel zinkend (5-6 IPS ). Drijvende lijnen gebruik ik voornamelijk voor de snoek in de ondiepere poldersloten en natuurlijk als ik met poppers op baars vis. Om daarmee te beginnen, het aanbod wat betreft de klassieke drijvende lijnen in Aftma 3 en 4, WF of DT, is groot genoeg maar Pike Tapers of Bass Bug Tapers voor een 4 hengel bestaan niet, het begint zo ongeveer bij Aftma 7 lijnen. Dit terwijl ze ook bij een lichte hengel in combinatie met kleine streamers en poppers(vanwege de luchtweerstand) zeker voordelen hebben.

Idem dito wat betreft de zinkende lijnen. In principe worden die als WF geleverd vanaf Aftma 5 met uitzondering van intermediate lijnen die ook wel in Aftma 4 verkrijgbaar waren. De enige uitzondering tot voor kort zijn de lijnen van Wildwater, die zijn er snel zinkend zelfs in Aftma 3, maar die worden maar heel zelden via Amazone aangeboden. Ongetwijfeld zullen er meer mogelijkheden zijn maar vaak alleen voor de Amerikaanse markt, dus hier moeilijk verkrijgbaar, en waarschijnlijk ook peperduur. Er is wel sinds kort een uitzondering, en dat is de RIO Mainstream die ook al in WF # 4 als intermediate, 3 en zelfs 6 IPS gewoon in Nederland geleverd wordt. Extra probleem is nog dat ik met relatief zachte hengels vis en dan het liefst een zinkende lijn van 3 IPS of meer een lijnklasse lager neem dan wat de hengel aangeeft. Dus eigenlijk waren zinkende lijnen # 3 wat ik zocht.

Nu kan je van de nood ook een deugd maken en dat begon met de drijvende lijnen. Als je voor een Aftma 9 BBT eigenlijk niets anders doet dan het gewicht van de eerste 9,5 meter van een WF 9 lijn onder brengen in de eerste 6 meter, kan je dat zelfde ook doen voor een BBT Aftma 4. Na enig rekenen heb je precies dezelfde constructie (gewicht) door van de eerste 9,5 meter van een Aftma 6 lijn ongeveer 2,5 meter af te knippen. Je zou er dan al heel plezierig flinke poppers mee kunnen vissen. Wil je wat verder werpen dan is het verstandiger deze 6 meter af te knippen en deze te verbinden met een volglijn van een WF 3 of 2 of zelfs een shooting line. Hetzelfde kan je doen om tot een # 4 Pike Taper te komen maar dan gebruik ik meestal 8 meter van een Aftma 5 lijn. Een dunnere volglijn is voor mij dan niet echt nodig gezien het type water waarin ik vis. En dat de leader dus aan het dikkere deel van de vliegenlijn bevestigd wordt is ook geen probleem, integendeel, de streamer of Popper sloeg zelfs beter over. Bovendien is het zachtjes neerkomen van de vlieg in het water in dit geval niet zo van belang.

Toen ik eenmaal doorhad hoe goed dit werkte om tot BBT en PT`s in de door mij gewenste lijnklasse was ook het probleem van het ontbreken van zinkende lijnen in de door mij gewenste lijnklassen 3 en 4 opgelost. In # 5 lijnen is het aanbod van zinkende lijnen al behoorlijk, ook voor redelijke prijzen, en met de schaar had ik snel al het gewicht van de lijn teruggebracht tot een # 3 of 4. Voor een # 3 had ik dan wel een heel erg korte fronttaper, het werd bijna een shootinghead, maar voor het werpen en vissen was dat geen bezwaar. De in verhouding korte en dikke fronttaper maakte het werpen van streamers alleen maar makkelijker. De zinkende volglijn heb ik in de meeste gevallen verder zo gelaten, die is bij een zinklijn toch dun genoeg. Bij enkele lijnen heb ik er een drijvende volglijn van een #2 of 3 WF of zelfs shootingline achter gezet maar veel meerwaarde vind ik het niet hebben. En mocht ik daar in de toekomst toch anders over gaan denken zijn dan is met knippen en plakken in een half uurtje een dunne drijvende volglijn gemonteerd. Ik heb dit hele proces, inclusief de rekenformule om een zwaardere lijn om te bouwen al eens beschreven in een artikel wat nog terug te vinden is op de site van de Poldervlieg:

http://www.depoldervlieg.nl/Content/ideetjes/template%20lijnen%20prepareren.htm

En bewaar altijd de stukken intermediate of zinkende lijn die je door het couperen overhoudt met vermelding van Aftma en zinksnelheid, ook daar kun je soms nog wel wat mee. Datzelfde, bewaren, geldt ook voor lijnen die achteraf niet voldeden, ook die kunnen soms na verknippen goed gebruikt worden.

Een tweetal voorbeelden hiervan uit de praktijk volgen in deel 2 en 3 van dit artikel.

Lid worden?

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.