Wat gedachten over hengels, lijnen en doe het zelven. Deel 3

Zoals in deel 2 al aangegeven, ook in de Beverkoog zou een rolworp het werpen een stuk gemakkelijker kunnen maken maar is er wel sprake van andere omstandigheden, zowel wat de omgeving, grootte van de streamer (haakmaat 4-6), gewicht staaldraadje, beoogde vissoort als de waterdiepte betreft.

In de Beverkoog gaat het voornamelijk om snoek met een wat grotere streamer (haakmaat 4-6) dan voor de baars maar gezien de gemiddelde diepte is een drijvende lijn met 1-1/2 meter nylon leader voldoende. Eventueel nog in combinatie met een korte intermediate leader die je eigenlijk wel nodig hebt als je met een Dahlberg Diver zou willen vissen. “De Beverkoog” als visstek staat echter ook model voor een aantal andere ondiepere stekken in sier/parkwateren waar sprake is van veel bomengroei, weinig of geen werpruimte achter je en soms nog veel minder plekken om bij het water te komen dan in de Beverkoog. Het water in Alkmaar Noord tussen de Huiswaarder weg en de spoorlijn is zo`n gebied. Veel water met snoek maar vaak zijn het maar plekken van een meter breed waar je bij het water kan komen, je kan pas op het laatste moment zien of er iemand achter je langs loopt of fietst. Kortom, ook hier is de rolworp nodig. Overigens is dan de Beverkoog nog niet eens het moeilijkste water, er zijn daar ook veel plekken waar een overhead cast diagonaal over het water nog wel mogelijk is maar het zijn nu juist die interessante kleine hoekjes waar je noodgedwongen een rolworp moet gebruiken.….. Peuteren op snoek!!

bever1

Wat het dan wel lastiger maakt is de wat grotere, vooral meer luchtweerstand gevende streamer en de langere leader dan ik voor het baarsvissen met een zinkende lijn in de grachten gebruik. Ik zet voor het vissen op snoek wel een wat pittiger hengel in maar nog steeds een 4. Met de overheadcast is het werpen van die grotere streamers dan geen probleem, maar zeker met een rolworp is het vaak lastig de lijn, leader en vlieg redelijk gestrekt in het water te krijgen. Ik zou in plaats van de een viertje natuurlijk ook een vijf of een zes hengel kunnen pakken maar dat doet geen recht aan het gemiddeld formaat van de snoek in dit soort water en mijn liefde voor ultralicht vliegvissen op roofvis.

Wat wel een voordeel is, de voor de rolworp ideale DT lijn is drijvend in principe in alle lijnklassen te koop, het probleem van de beschikbaarheid is er in dit geval niet. Een DT 3 past op zich wel bij de gebruikte hengel als ik met nimfen zou vissen maar is te licht om een snoekstreamer met een rolworp goed weg te krijgen, zelfs al maak ik alleen maar gebruik van kunsstofmateriaal voor de streamer wat op zich al scheelt. Een DT 5 was net wat te zwaar aan om met de rolworp afstand genoeg te halen, al gaat het in bovengenoemde watertypes vaak niet om grote afstanden, maximaal 10 meter. Bovendien, in de situaties waarin een overheadcast wel gewenst zou zijn om afstand te halen voldeed die lijn niet. DT 4 zou dan het antwoord kunnen zijn maar eigenlijk was ik met die lijn weer niet tevreden over de wijze waarop ik de streamer kon presenteren. In tegenstelling tot de grachten is het namelijk nu wel van belang dat je de streamer redelijk precies kan plaatsen, al was het maar om te verhinderen dat je de bomen en struiken aan de overkant voortdurend met streamers gaat versieren. Bovendien had ik met de 4 zelfs te weinig massa om alleen al de lijn mooi gestrekt in het water te krijgen, laat staan leader en streamer.

Eigenlijk zou dus een DT 4 ½  de oplossing zijn, maar ja!!.  Nu is een DT lijn gezien de werpafstand op deze stekken ook niet echt noodzakelijk, ook met een WF zou je een rolworp kunnen maken over een afstand van 10 meter. Maar de DT lijn heeft ook nog het voordeel dat je de lijn, omdat het dikke(werkende)deel doorloopt beter kan menden. Je kan de lijn dan nadat de rolworp is gedaan nog enigszins, door wat lijn mee te geven, in een bocht werpen en zo langs een aantrekkelijke plek binnen vissen die je normaal niet kan aanwerpen. Bij een WF lijn lukt dat minder goed als de volglijn al buiten het topoog is. En dat menden is een extravoordeel omdat in ieder geval de Beverkoog, maar meer van dat type stekken, maar vaak van een kant te bevissen is.

Nu had ik ook nog een WF 4 F met een intermediate tip van 4 meter, in totaal dus 9,5 meter waarmee ook met een rolworp al veel situaties opgevangen werden. En al houd ik op zich niet van de sneller zinkende sinktips, deze (ook wat dikke en zwaardere ) intermediate sinktip zorgde blijkbaar wel voor net voldoende massa om de snoekstreamers ook bij een rolworp goed weg te zetten. Maar 4 meter intermediate tip is wel lang voor dit type water van 1 - 1,5 meter diep, hooguit 1 meter is voldoende, zeker als je de streamer langzaam wilt binnen vissen. Aan de andere kant kon ik blijkbaar door dat extra gewicht van het stuk lijn wel bij de rolworp de lijn goed gestrekt in het water te krijgen en zelfs ook de streamer beter plaatsen. Vervolgens bedacht ik mij dat, als ik dat extra gewicht kan combineren met de DT 4 F lijn ik net even verder komen met de rolworp (immers geen dunne volglijn) en daarna ook nog eens de lijn optimaal kon menden. De vraag was echter hoeveel extra gewicht ik nodig had. Ik ben eerst begonnen om d.m.v. lus in lus een stuk van een meter WF5 intermediate te verbinden met de DT 4. En inderdaad, dat ging al wat beter dan met alleen de DT 4 lijn, maar ik had het idee dat er meer mogelijk was, zeker wat het preciezer plaatsen van de streamer betreft. Na veel experimenteren met verschillende stukken lijn 5 intermediate en drijvend en zelfs langzaam zinkend kwam ik uit op een stuk ca 1 meter van een 5 lijn verlenging van de DT 4 lijn, waarmee ik de vliegenlijn over een afstand van een meter of 8-9 met een rolworp redelijk recht op het water kreeg. Alleen was er nog steeds geen sprake van een correct strekken van de leader en de streamer, waardoor precisieworpen net onder die twee bomen aan de overkant lastig bleef. En om nu na elke snoekdag mijn voorraad streamers en staaldraadjes weer aan te moeten vullen?

beverlijn

Nu liepen mijn experimenten in de Beverkoog in tijd gelijk op met de experimenten in de grachten. Vanuit die pogingen kon ik mij herinneren dat met een tot WF 4 ingekorte WF 5 zinkende lijn, die dus nog maar 8 meter werkend deel had, had ook aardige rolworpen konden worden gemaakt. Voor de grachten waar 12-13 meter afstand gewenst was, onvoldoende afstand, maar voor de Beverkoog zou het voldoende zijn. Zeker omdat op de plekken waar en een rolworp en precisie gevraagd het vaak nog om minder dan 8 meter ging. Nu had ik ook nog een WF 4 F liggen die feitelijk een naar 8 meter gecoupeerde WF 5 F was, een soort Pike Taper dus, bedoeld om verhoudingsgewijs grote vliegen aan een lichte hengel te kunnen werpen. Zie deel 1 van dit artikel. Ik had het idee dat ik door de verhoogde massa voorin, ook bij een rolworp, nu wel lijn, leader en streamer in een lijn dus correct gestrekt kon plaatsen. En dat klopte, al moest ik wel de leader beperken tot hooguit een 1 meter nylon. Maar inclusief het werkend gedeelte van 8 meter was 9 meter afstand haalbaar, ruim voldoende zelfs. Bovendien hielp het ook wel voor dat soort ”gaatjes en hoekjes werk” een wat slankere streamer te gebruiken.

Nadeel was wel dat:

  • In die kleine ruimtes, naast de nylon leader ook nog een intermediate leader gebruiken niet goed mogelijk is waardoor het vissen met een Dahlberg Diver minder effectief is. Aan de andere kant is 6 -8 meter afstand ook wel erg kort om een Dahlberg Diver binnen te vissen.
  • Menden van de lijn iets minder makkelijker ging maar op zich lukte het nog wel, dat soort water is ook niet zo breed

Kortom, weliswaar niet het ultieme resultaat wat de uitdaging betreft, namelijk een geschikte DT lijn om een rolworp te maken maar als alternatief goed werkbaar. Het bijkomend voordeel was weer wel dat ik met deze hengel-lijncombinatie wat meer kanten op kon. Rolworpen als peuterwerk en precisie gevraagd werd en afstand als dat wenselijk was. En er is genoeg van dit soort water waarin beide opties naast elkaar voorkomen.

En de restjes vliegenlijn? Die heb ik bewaard en in zakjes in mijn vest gestopt. Op ondiep water en met genoeg ruimte gebruik ik de soms de intermediate verlenging van 1 meter. Op dieper water een verlenging met 1 tot zelfs 2 meter langzaam zinkend. Dieper water is groter water en meestal dan ook in een omgeving zonder veel hindernissen, dus heb je vaak ook meer ruimte voor een overheadcast en dan is die verlenging ook geen probleem. En bij het vissen met een Dahlberg diver is zo`n kort stukje intermediate of langzaam zinkende lijn eigenlijk wel noodzakelijk.

Dus na veel zoeken, rekenen en testen, missie voor beide ”projecten” geslaagd

Tenslotte

  • Natuurlijk wil ik de clubleden niet overhalen om voor elke situatie maar aan het knippen en plakken te slaan om tot de perfecte lijn te komen. In de situatieschets van deel 2, de grachten, ben ik uiteindelijk zelfs uitgekomen op een “onbewerkte fabriekslijn”. Maar het experimenteren met al die losse delen en verschillende lijnen heeft mij wel op weg geholpen bij het zoeken naar en vinden van een alternatief voor het ontbreken van een geschikte zinkende DT lijn. Dat uiteindelijk toch nog een DT 4 3IPS beschikbaar bleek was niet vooraf voorzien. Maar in de situaties zoals beschreven in deel 2 en 3 had je je uiteindelijk met een standaard WF of DT ook kunnen redden en er waarschijnlijk niet eens veel minder vis om gevangen. In het eerste geval, de grachten, ging het mij er uitsluitend om dat ik werptechnisch geen enkele noodzaak zou hebben om de overheadcast toe te passen, en dat dan voornamelijk om eventuele door mij onopgemerkte passanten niet fysiek te beschadigen of anderszins een trauma te veroorzaken. In de Beverkoog en soortgelijk water speelde dat werptechnische aspect (maar meer door gebrek aan ruimte achter je) ook. Maar daar zat ook vistechnisch nog een klein voordeel aan de gevonden oplossing, namelijk dat je op die manier de potentiele ligplaatsen van snoek kan uitkammen waar een overheadcast onmogelijk is. Dat is wel relatief, de Beverkoog bijvoorbeeld is ruim 2,1 km lang en voor het grootste deel meestal wel goed bevisbaar, ook zelfs met de overheadcast. Door al dit experimenteren komt daar hooguit 120 meter aan stekken bij. Maar het was ook voor mij een uitdaging om een oplossing te vinden en…… die plekken ruiken vaak wel naar snoek!!
  • Naast het aanpassen van de lijn en het bijschaven van de eigen techniek was er natuurlijk nog een variabele in beeld en dat was de hengel zelf. In beide gevallen waren de problemen opgelost met een lijnklasse hogere hengel maar ik wilde niet zwaarder vissen dan met een #4.. En mogelijk was de rolworp met een streamer ook beter gegaan met een van de andere 9 voets # 4 uit mijn collectie of zelfs een wat kortere hengel. Maar ik was nu eenmaal voor het streamervissen op snoek gehecht aan die specifieke hengel, idem dito voor de hengel die ik in de grachten voor baars gebruik. Dus speciale dure hengels. Nee hoor. Voor de snoek gebruik ik een Carbon Travel Fly Rod # 4, bij Handy gekocht voor € 35, - en dat inclusief koker. Als je een koker los zou willen kopen ben je vaak al minstens €15, - kwijt!!!. En mijn viertje voor het streamervissen op de baars is van SF, ook al zo`n onbekend merk, ca € 95,- Vliegvissen hoeft niet duur te zijn.
  • Ik heb door al dat uitproberen wel weer het nodige geleerd over de relatie lijn en hengel. Ook, dat het soms handig is om op basis van dit artikel meer te gaan experimenteren met je hengels en lijnen. Dat wil in de eerste plaats zeggen niet automatisch aannemen welke specificaties er op je hengels vermeld staan. Oordeel zelf. Bovendien is de ene 4 hengel de andere niet, de karakteristieken kunnen bij een hengel in gelijke lijnklasse behoorlijk verschillen. En vervolgens ook het gebruik van DT, WF lijnen en zelfs lijnklasse niet laten bepalen door de hengelspecificaties en/of de lijn waarmee je de maximale werpafstand haalt maar per situatie bekijken welke combinatie werkt. En desnoods pak je er dan uiteindelijk schaar, bindgaren en secondelijm bij.
  • Er is nog wel een aspect wat ik nog steeds niet goed begrijp. Waarom kan ik met een 4 lijn met de overhead cast streamers haakmaat 4 – 8 makkelijk werpen en redelijk precies plaatsen, maar met een 4 lijn en een rolworp, met maar een fractie grotere(haakmaat 4-6) en wat dikkere streamers niet. En ook nog opvallend, met een zinkende lijn gaat zo`n rolworp met een streamertje dan net weer iets beter dan met een drijvende lijn. Is het mijn (gebrekkige) werptechniek, krachtenverdeling lijn /hengel bij een rolworp, of?
  • O ja, in het decemberverslag over de Snoekbaars Experience had ik het ook nog over een probleem met de lus in lus verbinding van de shootinghead van Guideline met de shootingline. Die verbinding bleef voortdurend bij het binnen strippen van de shootinghead haken achter de ogen van de hengel. Irritant en het werd veroorzaakt door de dikke coating op de lus van de Guideline shootinghead. Hierover heb ik contact opgenomen met de leverancier, Q-Fly. Zij vertelden dat de lus in lus verbinding bij shootingheads  vaak dit probleem opleverde. Het advies was om of de verbinding permanent te maken door middel van een krimpkous of de plastic coating van de lus van de Guideline shootinghead af te halen (krabben). Voor het eerste kies ik niet, in ieder geval voorlopig, want daar koop ik geen verwisselbare shootinghead voor. Dat laatste, afkrabben, is wel opmerkelijk want dat had Guideline ook meteen kunnen doen. Ik heb meer shootingheads van diverse fabrikanten en daarbij is de lus voor de lus in lus verbinding niet van een coating voorzien. En inderdaad, dan heb je ook geen last meer van het blijven haken van die verbinding achter de geleide ogen. Voor de rest blijft het een prima shootinghead waarmee je ver kan werpen(al vind ik het werpen ermee niet echt plezierig) en die mooi afzinkt. Maar naar mijn oordeel vraagt zelfs de lichtste versie (12 g voor 4/5) om minimaal een strakke #6 hengel, liever nog een strakke # 7 hengel.

Lid worden?

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.