Februari, de laatste maand van de Snoekbaars experience of …

4 februari

Nog maar een paar uurtjes gepakt om met de streamer wat water vlak bij huis af te vissen. Hoge verwachtingen had ik niet, sinds 12 januari had ik niets meer gevangen. Maar met mogelijk een langdurige vorstperiode in zicht grijp ik nu nog even alle mogelijkheden aan om te gaan vissen. Bovendien is het vandaag ook erg zacht weer voor de tijd van het jaar.

Als het volgende week nog niet dicht ligt in de grachten ga ik daar met Hans vissen, daar wordt af en toe wel voorn gevangen. Mogelijk dat ik dan zelfs ook met nimfen aan de gang ga. Dat zal dan voor het eerst sinds heel veel jaren zijn dat ik in Nederland buiten april en mei toch op voorn ga vissen. De resultaten van vandaag stimuleren dat wel, geen snoek, geen aanbeet of volgens. Ik merk trouwens ook niets van de aanwezigheid van voorn in het water. `s Avonds maar begonnen met wat dozen met geschikte nimfen op te zoeken en checken of ik nog genoeg 12 of 14/00 nylon heb. Ook een net met een lange steel opgezocht, waarvan het net goed te reinigen is voor het geval er ook nog eens een brasem geschept moet worden. Brrr. De teloorgang van een roofvisser is nabij. 

5 februari

Nog maar even een middag de Beverkoog opgezocht voordat het volgende week helemaal niet meer kan en ik in het beste geval maar “aan de nimf” moet. Door omstandigheden was ik daar sinds half december niet meer geweest terwijl ik dat water in de periode oktober-maart normaal wel een keer of 6 opzoek. Al naar gelang hoeveel tijd ik heb vis ik dan alleen de hotspots af of besteed ik er meer tijd aan om het water uit te kammen. In mijn artikel “Wat gedachten over etc. deel 3” wat zo in de tweede helft van januari op de Poldernimf verschenen is beschreef ik mijn zoektocht naar de ideale lijn voor watertypes zoals de Beverkoog maar al die probeersels kon ik bij gelijke omstandigheden ook vlak bij huis testen. Maar ik had nu wel de beste lijn/hengelcombinatie gevonden en dit was even een gelegenheid om dat ter plekke uit te proberen op een van mijn favoriete stukken water. Opvallend dat ik er zelden andere vissers laat staan vliegvissers tegenkom. De Beverkoog was in mijn beginjaren bij de Poldervlieg, zo rond 1996, nog een geliefde stek voor vliegvissers.

De gekozen lijn voldeed helemaal, de vangst was in lijn met de voorafgaande weken… namelijk niets. Toch had ik nu wel een soort van aanbeet, maar een waarbij ik mijn lijn opeens een aantal decimeters opzij zag schuiven. Dit zijn typisch het soort aanbeten wat je van snoek kan verwachten in de periode vlak voor de paaitijd. Het is net of ze dan alleen de streamer aanstoten. Als je dan snel reageert heb je nog wel kans de snoek te haken maar vaak zijn ze zo licht gehaakt dat ze losschieten of ze zijn net buiten de bek gehaakt. Een 100 meter verderop viel er een tak in het water en meteen daarop zag ik een flinke kolk en een wegschietende vis uit de kant. Snoek? Zou het ondanks de naderende koude periode toch betekenen dat snoek de paaitijd gaat naderen?

17 februari

Het kan weer maar ik had al gezien dat in het kleinere water nog op veel plekken ijs lag. De Beverkoog heb ik dus maar even overgeslagen. De grachten zouden waarschijnlijk wel open zijn maar dat kan altijd nog. Nu had ik in het introductieverhaal bij de snoekbaarschallenge al geschreven dat juist in de periode januari/februari, als de polders dichtlagen, ik vroeger in het NH kanaal nog aardig snoekbaars kon vangen met een shad. Nu ook weer geprobeerd en alle potentiele stekken afgevist, maar geen snoekbaars. Ook nog geen baars en dat verbaast mij ook wel want die beginnen het vaak in deze tijd wel weer te doen. Last van bevroren vinnen misschien?

19 februari

Dan toch maar naar de grachten. Eerst, weliswaar tegen beter weten in, met een kleine streamer op de baars. Een aantal op zich goede stekken met wisselende dieptes afgevist maar zonder resultaat. Uiteindelijk heb ik het nog bij het Waagplein geprobeerd maar ook daar gebeurde er niets met de streamer. Dus dan toch uiteindelijk maar twee nimfen aangeknoopt en daarmee verder gegaan. Ik had ook berichten ontvangen dat juist vlak voor de vorstperiode er weer veel witvis zat in het deel Waagplein/Voordam. Maar de enige vis die ik zag was een erg dode brasem. Ik vond het water ook erg troebel maar mogelijk had dat te maken met het smeltwater van de sneeuw. Uiteindelijk ben ik nog op de stek onder het stadhuis terechtgekomen en daar nog een half uurtje met een streamer gevist. Geen succes terwijl toch die plek altijd wel goed is voor wat baarsjes. Weer dus een “nada” dag met overigens wel twee aparte gebeurtenissen.

Terwijl ik op het Waagplein stond te vissen was tegelijkertijd een volkszanger, qua omvang type Bolle Jan, bezig met filmopnamen op de brug en bij de Waag, terwijl hij een smartlap zong. Het “ Ouwe ik heb veel aan je te da-ha-hanke” heeft enige dagen stevig op mijn harde schijf gezeten, zeker ook omdat hij het wel zes keer gezonden heeft in de tijd dat ik daar stond te vliegvissen.

Vervolgens passeerden er twee oudere dames waarvan een aan mij vroeg “’U bent toch aan het vliegvissen?” Toen ik dat bevestigde vertelde zij mij dat haar vader, alweer jaren geleden overleden, een enthousiast vliegvisser maar ook binder was. Zij kon zich nog goed herinneren dat hij s` avonds altijd met veertjes, wol en haakjes in de weer was. Ze was duidelijk ontroerd en zei dat ze er helemaal nostalgisch van werd weer een vliegvisser te zien. Zo vaak zie je “ons soort” dus blijkbaar niet. In dit geval geen snoekbaarsexperience, maar wel typisch een stadsexperience. 

21 februari: NH kanaal

Normaal gesproken vis ik zelden in het weekend nu ik de luxe heb mijn visdagen door de week te plannen. Maar het was schitterend weer en ik had ook nog wel twee activiteiten in gedachten die ieder voor zich maar hooguit een uurtje zouden duren en ook nog eens vlak bij huis.

Eerst twee nieuwe patronen getest, een baars (haakmaat F314  6) en een snoekvlieg (haakmaat F314  4) met een staartje, rug en een schoepje van foam. De actie was prima en aan een drijvende lijn doken ze tot ongeveer 15 cm. Met een zinkende lijn kan je ze natuurlijk, afhankelijk van het type lijn, veel dieper vissen. Of het kwam doordat de schoep van zacht materiaal gebouwd was weet ik niet maar zelfs de snoekvlieg met een flinke schoep en staart liet zich aan de 4 hengel met 4 PT lijn eenvoudig over een grote afstand wegzetten. De staart van de baarsvlieg heb ik later nog ingekort wat de actie wel ten goede kwam. Punt van aandacht is nog wel of de grootte van de haakbocht versus de lengte van het schoepje voldoende in verhouding is voor een goede inhakingskans. De praktijk zal het leren. Voor de snoekplug heb ik de komende tijd nog wel testgelegenheid, mits de snoek weer wat actiever wordt. Voor baars zal het wel de zomer worden tijdens het vissen op het Alkmaardermeer. Eventueel moet ik voor beide plugvliegen een haakmaat groter nemen. Als ik tevreden ben over de resultaten zal ik hierover wel weer een stukje op de Poldernimf zetten. Overigens is het patroon grotendeels gelijk aan dat van het Drijfvisje in het artikel over “Boobies maar dan zonder boobies”. Alleen de maten en de bevestiging van het foam zijn anders en voor de balans doe ik nog wat epoxy(is gewicht) aan de onderkant.

Ik had daarnaast nog wat WF lijnen in verschillende lijnklasses met een 4 meter lange sinktip van A & M liggen. Die zouden een zinksnelheid moeten hebben van 6 IPS maar in ieder de geval de punt haalde de 3 IPS nog niet eens. Wel viel het mij bij het testen op dat op de overgang naar het drijvend deel de lijn wel snel afzonk. In eerste instantie heb ik de lijnen terzijde gelegd maar ik had er toch wel zin in nog wat te experimenten. Van de WF5 versie heb ik van het zinkend deel 2,5 meter afgeknipt en die op een 4 hengel uitgeprobeerd. Werpt als een speer en de IPS van het ingekorte zinkende deel liep op naar bijna 5. Leuke lijn dus om in wat dieper water drijvende vliegen als Dahlbergdivers, bovengenoemde plugvliegen etc. mee te vissen. Niet helemaal zelf bedacht. Lefty Kreh geeft het inkorten van het zinkend gedeelte als tip voor het vissen op stromend water en bij het vissen op largemouth bass in Amerika wordt dat inkorten ook toegepast om een agressieve actie aan drijvende bassbugs te kunnen geven. Ik had van dat type lijn ook nog een 6 en een 7, volgens dezelfde methode, d.w.z. het zinkend deel 2,5 meter inkorten, naar respectievelijk een 5 en een 6 lijn omgebouwd. Werpen ook fantastisch

Daarna was “de snoek van Bart de SP” voor een tweede keer aan de beurt. Eerst maar even naar huis om andere spullen op te halen. Een stevige 9 voets aftma 7 hengel en een net wat ik vroeger gebruikte voor de karper. Ik wilde vermijden dat ik met een te klein netje aan de gang moest. Op die plek en gezien het formaat van de snoek was de kieuwbooggreep geen optie, bovendien bukt deze senior ook steeds moeilijker. En ook een zwaardere hengel vond ik wel terecht, zeker met de paaitijd in zicht wilde ik de dril zo kort mogelijk houden. Ik had er deze middag ook niet veel tijd voor uitgetrokken, de plek waar de snoek toesloeg had ik goed onthouden en dus heb ik mij beperkt tot het uitkammen van de stek van tien meter naar links tot 10 meter naar rechts. Echter geen succes. Dat kan betekenen dat Ferry gelijk had en dat grote snoek op dit soort water geen vaste ligplek heeft, het kan ook zijn dat deze grote dame inmiddels naar een paaigebied vertrokken is. Het kanaal komt als paaigebied niet echt in aanmerking. Toch is die sensationele aanbeet uit januari wel aanleiding om het in de volgende winterperiode toch eens gericht op snoek in het kanaal te gaan vissen. Dan wel met wat zwaarder materiaal dan ik normaal voor snoek inzet, de kans op een grote snoek in het kanaal is vele malen groter dan in het polderwater waar ik normaal vis.

De hengel die ik nu gebruikt heb had eigenlijk naar de Nieuwjaarsveiling gemoeten. De hengel is ook geschikt voor Oostzee, Oostvoornse meer of zeebaars en als 7 delige hengel ook makkelijk te vervoeren. Naar mijn smaak wel erg strak maar dat kan soms ook wel zijn voordelen hebben, zeker op groter water en bij veel wind. Dus toch maar weer terug in het rek.

22 februari: de Beverkoog

De boog kan niet altijd gespannen zijn en sowieso merk ik dat ik minder visuren besteed aan het gericht op snoekbaars vissen, zelfs meer met streamers ga vissen op plekken waar de kans op snoekbaars klein zo niet afwezig is. De Beverkoog is zo`n voorbeeld, Na de vorstperiode heb ik het water even laten rusten, ook al omdat ik ervan uitging dat er nog wel een tijdje sprake zou zijn van restanten ijs. Maar nu zou alles wel weg moeten zijn en ik was eigenlijk ook wel bezorgd of er geen sprake zou zijn van vissterfte. Het water is daar ondiep en het was een behoorlijk strenge vorstperiode. Op internet kwam ik weliswaar bijna geen meldingen tegen over vissterfte, maar dat zegt ook niet alles. Gelukkig was er geen dode vis te bekennen en ik ving zowaar weer een snoekje. Weliswaar hooguit 60 cm maar het was wel mijn eerste vis sinds 12 januari. Het was overigens een stevige aanbeet en de streamer zat wel niet extreem diep maar ik had wel de kieuwbooggreep nodig om de streamer te kunnen lossen. De stevige aanbeet gaf mij wel wat moed, zou de snoek dan toch weer los komen. Maar helaas, het bleef bij deze ene aanbeet, daarna heb ik geen teken van leven meer gezien.

Overigens, als ik het over de Beverkoog heb, bedoel ik eigenlijk altijd het hoge water, d.w.z. de meest westelijke waterpartij die vlak achter St Pancras loopt. Er is echter ook nog het lage water en dat is ovaalvormig en bestaat uit een brede rechte sloot in het midden van de Beverkoog die via de noord en zuidzijde aan de oostkant doorloopt en daar beduidend smaller en ondieper is. Voor zover ik kan nagaan zijn het hoge en lage water twee verschillende systemen. Aan de noordkant en aan de oostkant ziet het lage water er nog wel wat spannender (grilliger) uit, het water aan de oostkant is ook smal, maar de grote sloot in het midden en die aan de zuidkant zijn wat saai. Bovendien is over grote delen aan de westkant van de middelste grote sloot als oeverbescherming een beschoeiing op zo`n twee meter uit de kant aangelegd wat vissen vanaf die kant bijna onmogelijk maakt. Er zit echter wel snoek en in het verleden hebben Ruard en ik daar ook mooie voorns gevangen.

Ik kan mij zelfs nog herinneren dat Ruard lang geleden nog een snoekbaars gevangen heeft in de plas midden in de brede sloot van het lage water, tegenover het VSM gebouw. Uitzetting van snoekbaars is er nooit geweest. Het water is, in tegenstelling tot het hoge water, troebel in de zomer wat minder in de winter, en dus op zich geschikt voor de snoekbaars om zich te handhaven en voort te planten. Voeg daarbij dat het geen water is waar je de typische snoekbaarsvissers en meenemers zult aantreffen en er is een goede kans dat je daar nog steeds snoekbaars zult aantreffen al zal snoek wel de overhand hebben.

24 februari: “oude” snelwegstekken

De herinnering aan de snoekbaars die Ruard indertijd in het lage water van de Beverkoog ving bracht mij op het idee wat stekken van mij van minstens een jaar of 10 geleden te bezoeken. Onooglijke slootjes aan weerszijden van de N9, hooguit 3 meter breed en op sommige plekken net aan 1 meter diep. Onderdeel van het systeem, ongeveer net zo diep, is ook nog een plasje wat vlak naast de N9 ligt. Maar ik ving er toen wel, naast baars en voorn en zelfs een keer een snoek, ook snoekbaars. Niet heel erg groot, variërend van 20 tot 60 cm maar toch. Ik heb daar zelfs nog eens een record schele pos van 22 cm gevangen op een mini streamer. Dus alsnog de stekken bezocht. De “sloot” stekken vragen om een minuut of tien fietsen maar om vanaf het fietspad met de fiets aan de hand de stekken te bereiken duurt nog eens een kwartier tot een half uur over ruig terrein. En dan kan je toch wel merken dat ik wat ouder werd, het zweet stond op mijn voorhoofd, al waren de relatieve hoge temperatuur en te warme kleding daar ook wel mede debet aan. Normaal bezocht ik die stekken in uitgesproken winterweer. Resultaat… NUL. En ik weet nu ook wel weer waarom ik ze de afgelopen tien jaar niet meer heb bezocht, qua omgeving zijn ze echt een dieptepunt, daarmee vergeleken zijn de grachten en zeker de singels nog heel charmant. Het putje is nog wel interessant, die is vlak bij mijn huis en er zit heel veel karper. In de zomer kan je ze vaak vlak onder het oppervlakte zien zwemmen. Toch een keer met de broodkorstvlieg of een dikke nimf proberen er een vast te krijgen?

Om het nostalgisch element van deze oude stekken eer aan te doen heb ik ook nog deze keer een hengel gebruikt die ik minstens 15 jaar geleden heb aangeschaft. Het is een 4 delige  Riverstone fly, # 4/5, 8 voet. Ik vond de hengel toen wat je noemt “boterzacht”, geen 5 hengel maar eerder 4. Maar blijkbaar zat ik toen in mijn “strakke hengel” periode want anno 2021 vond ik dat hele zachte wel meevallen, eerder een mooie parabolische actie maar wel nog steeds een 4. Overigens gaat dat inmiddels op voor alle drie de hengels van die serie die ik in mijn bezit heb, niet meer ”boterzacht”, wel mooi parabolisch en beter geschikt voor een lagere lijnklasse. De 4 delige 7 ½ voet, 3/4 is overduidelijk een 3 hengel en de 6 delige 9 voet, 6/7 is zelfs meer geschikt voor een 5 lijn, al is het verschil met een 6 lijn minimaal. Er moet in die serie ook nog een 8 ½ voet versie zijn, 5 of 6 delig, waarschijnlijk met als lijnklasse 5/6 maar die heb ik nooit kunnen vinden. Ik ben weliswaar veel terughoudender geworden met nieuwe hengels maar dit exemplaar wil ik nog wel een keer aanschaffen, al zal dat wel op een beurs of veiling moeten zijn. Rommelmarkten en kringloopwinkels zijn zelfs ook nog een optie. Het was een redelijk goedkope serie, ook nooit heel populair geworden dus een echt kostbaar verzamelaarsobject zal het niet snel worden.

25 februari

De laatste warme dag van de week, nu nog even een uur of twee de tijd maar de komende dagen kom ik niet meer aan vissen toe. (Ik doe namelijk ook nog wel andere dingen dan vissen). Een mooie gelegenheid om het even te proberen op een in principe goede stek op het NH kanaal, namelijk de plek(een soort grote duiker) waar de Bergerringvaart uitstroomt in het NH kanaal. Er wordt daar veel op snoekbaars gevist maar tegen de kant aan zijn soms ook mooie baarzen te vangen mits het water vanuit de Bergerringvaart richting kanaal stroomt en er in het kanaal een zuid noord stroming staat. Maar helaas, ik had gerekend op het effect van een zuidelijk windrichting maar in het kanaal ging desondanks de stroming toch richting het zuiden. Wel even geprobeerd maar na een half uur weer naar huis gegaan.

Overigens gebeurt het soms ook wel bij een noordelijke of oostelijke wind dat het water juist de Bergerringvaart in stroomt. Dan is er, vooral in de zomerperiode, aan de andere kant van de weg in de Bergerringvaart soms goed baars en zelfs wel eens een snoekbaarsje te vangen in een stuk tot een meter of 20 vanaf de duiker. Het is daar ook niet diep, hooguit 1 ½ meter en de baars is daar vaak wel kleiner.

Samenvattend

Tsja, de fles single malt is er dus niet uitgegaan. Jammer, ten eerste omdat het altijd leuk is een clublid blij te maken maar ook omdat het betekent dat er geen enkele snoekbaars tussen half november en eind februari gevangen is, in ieder geval niet gemeld. Weinig animo bij de clubleden om te gaan vissen in de afgelopen periode? Weinig bijtlust bij de snoekbaars, wat over het algemeen voor de meeste vissoorten in de afgelopen periode wel een probleem was? Toch een te lastige visserij vanwege de stekken en de diepte waar je de meeste kans hebt op snoekbaars? Ik weet het niet. Maar de challenge mag dan wel afgelopen zijn, voor mij gaat de experience nog door tot en met 31 maart totdat de dozen met streamers vanaf 1 april twee maanden in de kast komen te liggen.

Het is wel opvallend, tot half november ving ik bij het streameren op baars in het NH kanaal geregeld snoekbaars. Sinds ik mij vaker specifiek op snoekbaars ben gaan richten, geen een. Misschien is het ook een kwestie van teveel focus en moet ik mij meer richten op de baars zowel wat de stekken, materiaal( de 9 voet aftma 4) als de grootte van de streamer betreft. Zoveel verschilt dat ook niet met het vissen op snoekbaars, zeker niet in de komende maand. Als het via de bekende vliegvistechnieken niet lukt om een snoekbaars te vangen, dan maken we er een mentale kwestie van. Martin Bril, een bekende maar inmiddels overleden schrijver, zei in een van zijn gedichten ”Je moet niet zoeken maar vinden”. Op basis van dat motto ga ik in maart met de streamer op zoek naar de baars, wie weet vind ik dan alsnog de snoekbaars.

Lid worden?

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.