Tussen Wijsheid en Waan. No. 1: oosten wind

Ik ga in deze serie op zoek naar de feiten onder zes wijsheden en leg ze voor aan mijn collega Niels Breve die werkzaam is bij de Aquaculture and Fisheries Group (AFI) van Wageningen University and Research. Niels werkt deeltijd bij AFI waar hij een promotieonderzoek doet naar de steur. Daarnaast werkt hij bij Sportvisserij Nederland. Deze combinatie van werkzaamheden maakt hem bij uitstek geschikt om mijn stellingen voor te leggen. Hij reageert meteen enthousiast op mijn verzoek om daar een keer over te praten. En als we elkaar online ontmoeten, heeft hij mijn zes wijsheden ook aan andere collega’s voorgelegd. Die geven een divers antwoord. Marco Kraal vindt de zes wijsheden eigenlijk allemaal onzin. Jan Kanman heeft een genuanceerder antwoord en verwijst naar een verhaal dat hij zelf over het onderwerp schreef voor De Nederlandse Vliegvisser (No. 139).  Daarin bespreekt hij een artikel van de wedstrijdvisser Rein van Rutten uit 1985 die uitlegt wat voor kennis hij allemaal gebruikt bij het vissen. Die kennis beperkt zich niet tot materialen en aassoorten, maar ook tot de stand van de maan en andere omgevingsfactoren. Hij had hiervoor een scoringstabel gemaakt die hij voor elke wedstrijd invulde. Daarmee berekende hij met acht variabelen zijn slagingskans. Daarbij maakte Rein wel een denkfout, omdat je de individuele scores niet kunt optellen, want die zijn net als appels en peren: van verschillende aard en orde.

tabel

De acht factoren van Rein van Rutten (in DNV No. 139)

Volgens Niels maakt het voor het vissen met netten allemaal weinig uit. Maar voor het vissen met lijn en hengel wel. Zeggen de zes wijsheden iets over het gedrag van de vissen of de visser? En lopen we met deze wijsheden het risico van een self-fulfilling prophecy: doordat we erin geloven, passen we ons gedrag aan, wat invloed heeft op de  frequentie waarmee we vissen, wat weer invloed heeft op de vangst statistieken.

Laten we eens naar onze eerste wijsheid kijken: als de wind uit het oosten waait, vang je minder. Deze wijsheid is gebaseerd op waarnemingen dat bij oosten wind de vangsten sterk afnemen, zo zeer zelfs dat hengelsportvissers het niet de moeite waard vinden om te gaan vissen. Hier loert de self-fulfilling prophecy al op de loer.

In een reactie op deze stelling schrijft Marco Kraal: “Niet mee eens. Het zijn wel factoren die mogelijk een rol kunnen spelen, maar door interactie met tal van andere factoren kun je er weinig mee. Voorbeeld: oosten wind is voor succesvol vissen bij Urk zelfs de belangrijkste succesfactor. Bij westen wind vang je daar meestal geen ene moer.”

Niels deelt zijn gedachtes over deze wijsheid ook met mij: in Nederland waait de wind het merendeel van de tijd uit het zuidwesten. Dat kan de indruk geven dat die windrichting gunstig is voor de visserij, terwijl het resultaat sterk beïnvloed wordt door de hogere frequentie van die windrichting en dus ook van het vissen onder die omstandigheden. Zuidwesten wind correleert dus met hogere vangsten, maar dat zou wel eens gewoon aan de frequentie van zuidwesten wind kunnen liggen.

Een andere, indirecte invloed kan zijn dat de temperatuur in de wintermaanden bij oosten wind vaak lager is en als guur wordt ervaren door de visser. Dan blijven we liever thuis dan erop uit te gaan en dat beïnvloedt de vangststatistieken negatief: we vissen gewoon minder graag bij oosten wind.

Dat oosten wind ongunstig voor de visserij kan zijn, is zeker geen wereldwijd fenomeen, want in andere landen is deze wijsheid niet bekend. Vis je bijvoorbeeld in Frankrijk of in de Verenigde Staten, dan heeft de oostelijke windrichting in ieder geval niet hetzelfde effect als in Nederland. Maar in het Verenigd Koninkrijk en in Scandinavië wordt deze wijsheid ook verkondigd. Dat blijkt wel uit een Engels gedicht dat Jan Kanman aanhaalt in zijn artikel in De Nederlandse Vliegvisser:

“When the wind is in the North

The fisherman goes not forth

When the wind is in the East

This is no good for man nor beast

When the wind is in the South

Blow the hook to the fishes’ mouth

When the wind is in the West

The fishing is at its best”

Mocht deze wijsheid dus waarheidsgehalte hebben, dan geldt die vermoedelijk vooral voor Nederland en landen met vergelijkbare klimatologische omstandigheden.

En dan nog een mogelijke factor die Niels mij aandraagt: de hogere frequentie van zuidwesten wind in Nederland heeft er voor gezorgd dat de meeste meren gevormd zijn in die richting. Kijk maar eens naar de kaart van Nederland dan zie je opvallend veel langgerekte meren die zich uitstrekken van het zuidwesten in noordoostelijke richting. Dat geldt ook voor de bodemstructuur onder water die in dezelfde richting is gevormd. Als de windrichting verandert, zullen vissen mogelijk een andere plaats innemen in die onderwater architectuur. Dit kan betekenen dat vissers die hun vaste stekken afvissen minder vis vangen omdat de vis zich verplaatst heeft.

Conclusie: de wijsheid dat oostelijke wind nadelig is voor het vissen is dus niet door de wetenschap bewezen. Hoogstwaarschijnlijk spelen andere, afgeleide factoren wel een rol. Mocht er enige waarheid in deze wijsheid schuilen, dan is die vermoedelijk vooral van toepassing op Nederland of vergelijkbare landen. Tip: doe bij oostenwind wat anders dan je gewend bent en ga er vooral wel op uit, want de concurrentie zit waarschijnlijk behaaglijk op de bank.

Lid worden?

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.