Erik en de Zen van het Vliegvissen
Je zult maar in een Portugees dorpje tegen de vlakte gaan door een herseninfarct. Dat was mijn eerste gedachte toen ik het nieuws hoorde. Vervolgens leek het een eeuwigheid te duren voordat hij terug was in Nederland. Ondertussen draaide de geruchtenmachine op volle toeren – zoals dat in onze club van betrokken leden hoort. Iedereen wist precies hoe het zat, terwijl niemand er eigenlijk iets van wist, behalve Din die voorzichtig contact met Erik hield.
Na een tijdje stuurde ik Erik voorzichtig een berichtje. Of ik eens langs mocht komen. Dat mocht, graag zelfs. Ik moest alleen wel rekening houden met het ritme van zijn dag. En zo stond ik op een middag met een zwaar gemoed voor de deur aan de Dokter Schaepmanstraat. Eerlijk gezegd wist ik niet goed wie ik zou aantreffen.
De deur ging open.
Erik.
Hij keek me lachend aan en wees meteen naar zijn keel om duidelijk te maken dat slikken nog steeds lastig was, maar voegde er direct aan toe dat het al veel beter ging. Of ik zin had in een espresso? Nog voordat ik antwoord kon geven, stond hij achter een koffieapparaat waar een gemiddelde Italiaanse barista jaloers op zou zijn. Vijf minuten later had ik de beste espresso in weken in mijn handen.
Al snel merkte ik dat dit inderdaad niet meer de oude Erik was.
Niet omdat zijn bewegingen nog wat trager waren of omdat hij af en toe naar een woord zocht. Dat viel eigenlijk nauwelijks op. Nee, ik zag een veel rustigere Erik. Iemand die met opvallend veel geduld en vertrouwen naar de toekomst keek. Iemand die zich oprecht interesseerde voor de ander en zichtbaar genoot van de kleine dingen. Terwijl we zaten te praten, kreeg ik het merkwaardige gevoel dat de tijd wat langzamer liep. Alsof alles even minder haast had.
Ineens viel het kwartje.
Zijn herstel had een wijzere Erik voortgebracht. Voor me zat een bijzondere kruising tussen Erik de Noorman en een boeddhistische monnik. En zelfs de sandalen ontbraken niet.
Vanaf dat moment ging ik regelmatig langs. Niet uit medeleven, maar omdat ik er zelf vrolijk van werd. We praatten natuurlijk over vliegvissen – waar zouden we het anders over hebben? – maar net zo makkelijk over het leven, de wereld om ons heen of helemaal niets. De espresso stond altijd klaar en iedere keer zag ik weer een stukje van de nieuwe versie van Erik.
Tot ik hem afgelopen weekend opnieuw vroeg of ik langs mocht komen. "Neem je hengel maar mee" voegde hij toe. Dat hoef je mij natuurlijk geen twee keer te zeggen.
Na de standaard espresso gingen we erop uit en stonden we even later samen aan een vaart vlak bij zijn huis. Erik knoopte een fraaie parachutevlieg aan en wierp zijn lijn uit alsof hij nooit anders had gedaan. De specimen vissen lieten het afweten – een terugkerend thema in ons visleven – maar een jonge eend zag wél brood in zijn vlieg. Die wist zichzelf keurig in de snavel te haken.
Het gesnater was indrukwekkend.
Gelukkig besloot de eend zichzelf weer los te maken, want ik voelde er weinig voor om tot mijn knieën het water in te gaan. Bovendien maakt Erik tegenwoordig van alles worst. Ik wist niet zeker of die eend dezelfde smakelijke toekomst voor ogen had als Erik.
Zo liep de vismiddag af zonder vis, maar mét een prachtig bewijs dat Erik weer doet wat hij het liefste doet: buiten zijn, een vlieg presenteren en genieten van alles wat er gebeurt – ook als dat iets anders is dan gepland.
En misschien is dat wel de mooiste vangst van allemaal.
Want eigenlijk is Erik niet alleen terug. Hij is verder gekomen dan waar hij vóór zijn herseninfarct was. Hij heeft iets gevonden waar veel mensen hun hele leven naar zoeken, en vaak niet vinden: de kunst om volop te genieten van een goede espresso, een half uur aan de waterkant en zelfs een eend die denkt dat een parachutevlieg eetbaar is.
Dat is misschien wel de ware zen van het vliegvissen.



